De verschijning van de democratie

‘Politiek is uiteindelijk een zaak van de ‘aristocratie van het verstand’ Thorbecke

Een auto is de verschijningsvorm van samengestelde componenten als een verbrandingsmotor, banden, deuren en een dak. De ‘zelfbeweger’ is tot ontwikkeling gekomen in een omgeving met wegen, knooppunten, werktijden, stijgende benzineprijzen maar vooral een toenemende vraag naar individuele mobiliteit. Eén auto kan op topsnelheid rijden op een weg, duizend auto’s op dezelfde weg vormen een file. Het fenomeen ‘file’ is daarmee het onvermijdelijke resultaat van de evolutie van de auto- maar werd nooit doelbewust geïntroduceerd door auto-ontwerpers. Debatten rondom oplossingsrichtingen voor het fileprobleem concentreren zich onder andere op het toepassen van ICT in auto’s, het heffen van een bedrag per kilometer en het aanleggen van meer infrastructuur.

De samenleving verandert

De grondvesten van de moderne liberale democratie werden in 1848 gelegd met de grondwet van Thorbecke. In dit systeem kunnen burgers alleen hun vertegenwoordigers in de Tweede Kamer, gemeenteraad en provinciale staten kiezen. Bestuurders worden gekozen door de politieke lichamen. De directe invloed van de burger op bestuur was daarmee vrij gering (Edelenbos & Monnikhof, 1998).

Legitimiteit van de vertegenwoordiging

De Nederlandse overheid heeft met debatten te maken rond een diversiteit aan onderling verweven onderwerpen. De complexiteit van de problematiek en de maatschappelijke relevantie maken het voeren van dit soort van debat tot een kerntaak van de overheid. De overheid kan de burgers op twee manieren (Pitkin, 1972) vertegenwoordigen: ‘acting for’ (optreden namens) of ‘standing for’ (representatief zijn voor).

Van intermediair naar individu

De partijen, vakbonden en kerkelijke instituties waren tot het einde van de jaren zestig vaak de spreekbuis van de burger. Het relatie tussen overheid en burger werd gevormd door deze intermediaire organisaties (Peper, 1999). ‘De voorspelbaarheid van het individuele en collectieve gedrag was – ook in het publieke domein – groot’. Doordat de instituties voormannen hadden en daardoor ‘gezicht’ kregen was het meestal duidelijk wat met wie kon worden afgehandeld. Inspraak was overzichtelijk door de beperkte hoeveelheid gezichten.

De A4 case

De case – het debat rondom het doortrekken van de A4 door de regio Midden Delfland – vloeit hier uit voort. Meer dan vijfentwintig jaar geleden werd door de rijksoverheid besloten om de A4 door te trekken van Delft naar Rotterdam. Vele verschillende partijen riepen vervolgens evenzoveel barrières op.